Laevo V2 – Support 2017-05-22T14:01:59+00:00

Downloads

Tutorial videos

Naar ons YouTube-kanaal

FAQ’s

Kan iemand anders ook mijn Laevo aan? 2017-05-22T14:02:11+00:00

In de praktijk zijn er twee wijzen waarop de Laevo wordt ingezet:
1. Op maat: de Laevo wordt vaak op maat en op persoon afgeleverd. Draag dan alleen uw eigen Laevo, de Laevo zou kunnen worden gedragen door gebruikers met nagenoeg zelfde afmetingen als de initiele gebruiker.
2. Standaard maat: Het dragen van een Laevo die niet specifiek op maat is kan geen kwaad, maar kan wel het comfort, het gebruiksgemak en de werking verminderen. Stel in dit geval dan de Laevo zo comfortabel mogelijk in.

Blijf ik niet snel haken met de Laevo? 2017-05-22T14:02:11+00:00

Tot nu toe zijn er geen gevallen gemeld waarbij incidenten zijn voorgekomen door haken met de Laevo. Dat wil echter niet zeggen dat het nooit zal voorkomen. Het dragen van de Laevo onder werkkleding verkleint de kans op blijven haken. Het is aan te raden om per situatie te bekijken of er reëel gevaar is voor het haken.

Heeft de Laevo onderhoud nodig? 2017-05-22T14:02:11+00:00

Bij normaal gebruik is de Laevo onderhoudsarm. Je kan hem netjes houden door hem af en toe schoon te maken en netjes op te bergen. De Laevo is niet gegarandeerd voor gebruik buiten, met extreme stof of slijpsel. Gebruik is dan niet onveilig, maar kan wel tot snellere defecten leiden.
Ter bescherming van bewegende delen tegen grof – en fijn stof hebben wij een stof kapje ontwikkeld.

Na 250.000 bukbewegingen moeten de veren van de Laevo worden vervangen.

Kan ik de Laevo meteen de hele dag gebruiken? 2017-05-22T14:02:12+00:00

Wij adviseren om het gebruik van de Laevo op te bouwen, dat wil zeggen op de eerste dag 1 uur dragen, de tweede dag 2 uur, de derde dag 4 uur tot een volledige werkdag. Zo kan je lichaam wennen aan het dragen van de Laevo.

Wat is een exoskelet? 2017-05-22T14:02:12+00:00

Een exoskelet (ook wel harnas genoemd) is een harde structuur die wordt gedragen aan de buitenkant van het lichaam, vaak wordt gedacht aan het pak dat Ironman draagt. In tegenstelling tot wat Ironman draagt is de Laevo juist een voor iedereen bruikbaar exoskelet. De Laevo is een passief exoskelet, wat wil zeggen dat er geen batterijen of accu’s nodig zijn.

De borstpad van mijn Laevo komt tegen mijn keel tijdens vooroverbuigen 2017-05-22T14:02:12+00:00

Wanneer de borstpad van de Laevo omhoog schuift tijdens vooroverbuigen is de afstelling van de Laevo niet optimaal. Om dit op te lossen kan je het volgende doen:

  • Plaats de smartjoint van de Laevo verder omlaag door de bretels te verlengen
  • Plaats de smartjoint van de Laevo verder naar achter door deze over de heupband te verschuiven

In het instructiefilmpje op ons YouTube kanaal laten we zien hoe je deze instellingen aanpast. Mochten de bovenstaande oplossingen niet het gewenste resultaat hebben, neem dan contact op met Laevo.

Mijn beenpad schuift van mijn bovenbeen af 2017-05-22T14:02:12+00:00

Wanneer de beenpad van het bovenbeen schuift is de afstelling van de Laevo niet optimaal. Schuif de smartjoint over de heupriem naar voren zodat de beenpad verder naar binnen komt te staan. In dit filmpje op ons YouTube kanaal laten we zien hoe je dit doet.

Als het probleem hiermee niet is opgelost, neem dan contact op met Laevo.

Zijn er al veel mensen die gebruik maken van een Laevo? 2017-05-22T14:02:13+00:00

De Laevo is in gebruik bij meer dan 250 mensen en is bij nog veel meer mensen getest in de ontwikkeling. De Laevo wordt zowel voor preventieve als curatieve doeleinde ingezet. Mensen zijn erg enthousiast over de Laevo, zolang hij goed past bij de werkzaamheden.

Wat is de levensduur van mijn Laevo? 2017-05-22T14:02:13+00:00

De Laevo werkt op basis van een veermechanisme. Deze veren hebben een levensduur van 250.000 slagen, wat wil zeggen 250.000 bukbewegingen. Het aantal slagen is af te lezen aan de binnenkant van de smartjoint. Wanneer het aantal van 250.000 slagen is bereikt zullen de veren van de Laevo moeten worden vervangen, neem in dit geval contact op met Laevo.

Kan ik zelf de hoeveelheid ondersteuning van mijn Laevo aanpassen? 2017-05-22T14:02:14+00:00

Nee, in het huidige model van de Laevo is niet mogelijk om zelf de ondersteuning van het exoskelet aan te passen. Neem contact op met Laevo wanneer je de ondersteuning anders ingesteld wil hebben.

Kan ik de Laevo onder mijn kleding dragen? 2017-05-22T14:02:14+00:00

Ja, maar niet op de blote huid. Onder een overall, vest of jas is het dragen van de Laevo geen probleem. Let wel op met franjes, kettingen, etc. De Laevo beweegt onder de kleding en daarvoor moet hij ruimte hebben. Hou er ook rekening mee dat het aan en uittrekken van de Laevo langer duurt wanneer je hem onder je kleding draagt.

Hoe zwaar is de Laevo? 2017-05-22T14:02:14+00:00

Het Laevo exoskelet heeft een gewicht van 2,3 kg.

Is de Laevo te gebruiken bij alle werksituaties? 2017-05-22T14:02:15+00:00

Nee. In de volgende situaties raden we het gebruik van een Laevo af:

  • Veel afwisselend staan en zitten tijdens werkzaamheden
  • Werken op hoogte
  • Klimmen of veel trappen lopen
  • Werken in kleine ruimtes

Neem contact op met Laevo wanneer je niet zeker bent of de Laevo past bij de beoogde werkzaamheden.

De borstpad kantelt en prikt in mijn borst 2017-05-22T14:02:15+00:00

Het kan voorkomen dat de borstpad van de Laevo tijdens het vooroverbuigen kantelt en in de borst prikt. Mocht dit bij jou gebeuren, neem dan contact op met Laevo.

Hoe weet ik dat mijn Laevo juist is afgesteld? 2017-05-22T14:02:15+00:00

De volgende punten dienen gecheckt te worden om te controleren dat de Laevo juist is afgesteld:

  • Het draaipunt van de smartjoint staat gelijk met het draaipunt van de heup.
  • De draaipunten van de twee smartjoints staan in elkaars verlengde aan de zijkant van de heupen.
  • De borstpad steunt af op het midden van het borstbeen
  • Beenpads liggen aan op 1/3 van het bovenbeen en prikken niet in het bovenbeen
  • De bilband is aangehaald zodat het exoskelet comfortabel onder de billen blijft zitten wanneer je naar voren buigt
  • De heupband is aangehaald en zit strak als een broekriem
  • De bretels zijn aangehaald zodat de Laevo niet kan afzakken.

Mocht je niet zeker zijn over één van deze punten, kijk dan in de QuickGuide of neem contact op met Laevo.

Welk bewijs is er voor de effectiviteit van de Laevo? 2017-05-22T14:02:15+00:00

Lees hier alles over de werking van de Laevo

Inhoudsopgave

Effectiviteit Laevo vastgesteld

In het voorjaar van 2014 heeft TNO in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam onafhankelijk onderzoek uitgevoerd naar de Laevo (nog niet gepubliceerd). Voor dit onderzoek werden 18 proefpersonen met een gemiddelde leeftijd van 25 jaar getest. In het lab werd een assemblagetaak nagebootst zoals die veel voor komt in de industrie en waarbij een flink voorovergebogen houding (40⁰) nodig was. Daarnaast werd er een statische houdingstaak gedaan, waarbij werd gekeken hoe lang men de taak kon volhouden zonder al te veel discomfort in de onderrug. Beide taken werden tweemaal uitgevoerd: eenmaal met de Laevo aan en eenmaal zonder de Laevo.

Wat werd er gemeten?

De effectiviteit van de Laevo is op twee vlakken gemeten: met een objectieve meting van spieractiviteit en een subjectieve meting op basis van discomfort en bepaling van de volhoudtijd.

De spieractiviteit, ofwel de mate van inspanning van twee belangrijke onderrugspieren (de Erector Spinae Illiocostalis en Erector Spinae Longissimus) werd gemeten middels Elektromyografie (EMG). Dit werd gedaan om het effect van de Laevo op de onderrug te bepalen. Daarnaast werd de spieractiviteit van de hamstrings en de rechte en schuine buikspieren gemeten. Dit werd gedaan om te onderzoeken of de Laevo de inspanning niet verschuift van de rug naar de benen of de buik.

Met behulp van een door TNO ontwikkelde, gevalideerde methode, genaamd de Lokaal Ervaren Ongemak (LEO) score, werd het effect van de Laevo subjectief gemeten. Met deze methode wordt het door de proefpersoon ervaren ongemak per lichaamsregio aangegeven op een schaal van 0 (helemaal geen last) tot 10 (bijna maximaal). Het doel van deze methode was om vast te stellen of de effecten die de Laevo heeft volgens de EMG, hetzelfde zijn als wat de proefpersonen (subjectief) ervaren. Bovendien kon op deze manier de volhoudtijd bepaald worden en vergeleken tussen de twee condities (met en zonder Laevo).

Foto eigendom van TNO

Foto eigendom van TNO

Resultaten: 40% reductie in spieractiviteit en een vermenigvuldiging van de volhoudtijd met factor 3

De spieractiviteit reduceerde gemiddeld met 40% wanneer de Laevo gedragen werd, ten opzichte van wanneer de Laevo niet gedragen werd, bij een voorovergebogen houding van 40 graden. Bovendien werd er geen verhoging van spieractiviteit gevonden voor de hamstrings en buikspieren. Voor de tweede taak, de statische houdingstaak werd er op basis van de discomfortscore gevonden dat de taak driemaal langer volgehouden werd wanneer de Laevo gedragen werd. Voor deze taak was er dus duidelijk een overeenkomst tussen spieractiviteit en het opgetreden discomfort: beide daalden sterk. Voor de assemblagetaak werd geen verschil gevonden in de mate van discomfort, wat niet overeenkwam met de flinke daling van spieractiviteit die werd gevonden. Dit is te verklaren door de duur van de taak, welke te kort was om discomfort te ontwikkelen in de onderrug.

Conclusie

Op basis van deze resultaten kan geconcludeerd worden dat de Laevo de belasting van de lage rugspieren vermindert ten opzichte van wanneer de Laevo niet gedragen wordt. Daarnaast maakt de Laevo het mogelijk om voorovergebogen werk driemaal langer uit te voeren voordat men kritische discomfort ontwikkelt, of om hetzelfde werk te doen met minder discomfort. De conclusie van de onderzoekers was dat de Laevo een interessant en veelbelovend hulpmiddel is om de belasting in de (lage) rug te verlagen bij hoogfrequent of langdurig werk in voorovergebogen houdingen.

Hoe kan men het effect van de Laevo interpreteren t.o.v. de NIOSH? 2017-05-22T14:02:16+00:00

[LET OP: De NIOSH gaat vooral over repetetief tillen. De Laevo heeft een groot effect op de fysieke belasting bij statische werkhoudingen, waarvoor andere normen geschikt zijn]

Er zijn vele manieren om de effecten van een maatregel op de blootstelling aan fysieke belasting door te rekenen. In de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) mag een organisatie zelf een methode aandragen en onderbouwen, of gebruik maken van expertmeningen. In de praktijk is de NIOSH-methode dé methode die door Inspectie SZW en door de meeste organisaties wordt gebruikt om fysieke rug belasting door te rekenen.

De NIOSH is een wetenschappelijk gevalideerde methode om te evalueren of bepaalde werksituaties waarbij getild wordt, als risicovol moeten worden beschouwd. Door middel van een formule kan worden berekend welk gewicht in de desbetreffende situatie getild mag worden, zonder een gezondheidsrisico op te lopen. Dit gewicht wordt ook wel de Recommended Weight Limit (RWL) genoemd en is afhankelijk van een aantal factoren:
– Horizontale afstand van de last tot de enkels (Hf);
– Verticale afstand van de last tot enkels (Vf);
– Verticale verplaatsingsafstand van de last (Df);
– Romprotatie/asymmetriefactor (Af);
– Tilfrequentie (Ff);
– Contact met de last (Cf).
De bijpassende NIOSH vergelijking is als volgt: RWL = 23kg * Hf * Vf * Df * Af * Ff * Cf

Een voorbeeld van een website-rekenmodule voor de NIOSH: http://www.arbobondgenoten.nl/arbothem/lichblst/lifttest.htm

In de meest ideale werksituatie zal de RWL 23 kilogram zijn. In andere gevallen zal het aanbevolen gewicht lager zijn dan deze 23kg. Wanneer het daadwerkelijk getilde gewicht hoger ligt dan de RWL, is er sprake van risico op gezondheidsschade. Dit risico kan berekend worden met de tilindex, door het daadwerkelijk getilde gewicht te delen door het aanbevolen gewicht (RWL). Wanneer deze tilindex groter is dan 1, zal het risico op klachten aan botten, spieren en gewrichten (ook wel het bewegingsapparaat genoemd) toenemen[1].

De Inspectie SZW gaat als volgt om met de tilindex:

Lifting index Li Volgens NIOSH Hantering Inspectie
0 tot 1 Oké Groen
1 tot 2 Te zwaar Oranje  > binnen werkgeversverantwoordelijkheid
2 en hoger Te zwaar Rood > mag niet

De NIOSH en de Laevo

Wat betreft de Laevo is het bewezen dat de spieractiviteit van de lage rugspieren en de belasting van de wervels afneemt bij voorovergebogen werk. Dit heeft impact op de manier waarop een werksituatie beoordeeld wordt. Een situatie in welke normaal gesproken sprake is van een gezondheidsrisico (tilindex>1), zou heel anders beoordeeld kunnen worden wanneer de Laevo tijdens de betreffende werkzaamheden gedragen wordt. Om daadwerkelijk iets te kunnen zeggen over de werksituatie wanneer de Laevo gedragen wordt, is het goed om te weten wat de precieze impact van de Laevo is op het gezondheidsrisico. Hierbij zijn twee uitgangspunten mogelijk. Het eerste uitgangspunt is dat je de parameters van de NIOSH aanpast, zodat er een aangepaste RWL uitkomt, gebaseerd op de eigenschappen van de Laevo. Hiermee kan voor elke situatie weer apart bepaald worden of er een gezondheidsrisico is. Het andere uitgangspunt start bij de huidige risicovolle werksituatie. Hierbij wordt getracht om de specifieke situatie hetzelfde te houden, maar de Laevo zo te laten ondersteunen dat de situatie niet meer als risicovol beoordeeld kan worden (tilindex<1). Het eerste uitgangspunt is uitgewerkt en wordt hieronder toegelicht. Het tweede uitgangspunt zal in de toekomst verder uitgewerkt en toegelicht worden.

Parameters NIOSH

Het aanpassen van de parameters is gebaseerd op empirisch onderzoek, uitgevoerd door de VU in samenwerking met TNO. Uit dit onderzoek bleek dat de spieractiviteit van de lage rugspieren gemiddeld met 40% afnam tijdens voorovergebogen houdingen. Er is een directe relatie tussen spieractiviteit in de rugspieren en de werkelijke belasting van de wervels[2]. Vanuit dit verband kan de NIOSH formule aangepast worden. De eerste ‘term’ in de formule is 23kg, wat in de ideale situatie het maximale gewicht is dat getild mag worden. Deze 23kg staat gelijk aan een belasting van 3400N op de wervels en is te allen tijde de maximale belasting van de wervels zonder dat er sprake is van een gezondheidsrisico. Er is dus een directe relatie tussen spieractiviteit en de belasting van de wervels en het is bekend dat dit maximaal 23kg/3400N mag zijn zonder risico te lopen op beschadiging. Wanneer de relatie tussen spieractiviteit en belasting van de wervels bekend is, volgt er een simpele rekensom om te bepalen wat de nieuwe NIOSH formule wordt. Echter, de experts zijn het niet eens over de relatie, wat leidt tot de volgende twee standpunten:

Expert opinion 1: De relatie tussen spieractiviteit en belasting van de ruggenwervels (compressiekrachten) is 90%. Dit komt voort uit het biomechanische model van Chaffin[3]. Wanneer de Laevo de spieractiviteit reduceert met 40%, zal de belasting in de rug met 90%*40%=36% afnemen. Vertaald naar de NIOSH, wordt de maximale belasting van de rug, zonder dat er beschadiging van de wervels ontstaat: 3400/(1-0.36) = 5300N. Dit is een vermenigvuldigingsfactor van 5300/3400=1.56. Vanuit dit kan de eerste term in de NIOSH formule berekend worden voor de situatie waarbij de Laevo gedragen wordt. Deze wordt 23kg * 1.56 = 36kg. Volgens expert 1 wordt de NIOSH vergelijking wanneer de Laevo gedragen wordt dus: RWL = 36kg * Hf * Vf * Df * Af * Ff * Cf

Expert opinion 2: Volgens expert 2 staat een afname van spieractiviteit van 40% gelijk aan een afname van gemiddeld 15% belasting van de wervels (compressiekrachten). Vertaald naar de NIOSH, wordt de maximale belasting van de rug, zonder dat er beschadiging van de wervels ontstaat: 3400/(1-0.15) = 4000N.Dit is een vermenigvuldigingsfactor van 4000/3400=1.18. Vanuit dit kan de eerste term in de NIOSH formule berekend worden voor de situatie waarbij de Laevo gedragen wordt. Deze wordt 23kg * 1.18 = 27kg. Volgens expert 2 wordt de NIOSH vergelijking wanneer de Laevo gedragen wordt dus: RWL = 27kg * Hf * Vf * Df * Af * Ff * Cf

Er moeten hierbij een aantal kanttekeningen gegeven worden. De eerste is dat deze berekening alleen rekening houdt met krachten in de rug en niet met krachten in de pols, armen en schouder. De tweede is dat dit alleen geldt bij rechtdoor buigen/tillen. Bij gedraaide bewegingen en uitstappen is het effect van de Laevo kleiner, in het slechtste geval de helft. Dit kan worden voorgesteld alsof er maar één kant van de Laevo gebruikt wordt. Derde kanttekening is dat deze berekeningen zijn gebaseerd op onderzoek met de stijfste Laevo structuur, wat de bijpassende parameters zijn voor andere structuren is nog onbekend.

We gaan op dit moment na waar de verschillen vandaan komen tussen de experts, voordat we definitief stelling innemen.

[1] bron: http://www.toolboxduurzameinzetbaarheid.nl/index.aspx?id=1103

[2] Dolan, P., & Adams, M. A. (1993). The relationship between EMG activity and extensor moment generation in the erector spinae muscles during bending and lifting activities. Journal of biomechanics26(4), 513-522.

[3] Chaffin, D. B. (1969). A computerized biomechanical model—development of and use in studying gross body actions. Journal of biomechanics, 2(4), 429-441.

Is de Laevo een medisch hulpmiddel of een persoonlijkbeschermingsmiddel? 2016-05-26T12:26:48+00:00

CE Normering

Laevo heeft er voor gekozen om de Laevo lichaamsondersteuning als Medisch Hulpmiddel klasse I te laten registreren. De Laevo voldoet aan alle eisen van de CE-13485. De reden hiervoor is, dat het de verwachting is dat Laevo ook bij re-integratie trajecten gebruikt gaat worden. Hierdoor wordt de Laevo meer dan alleen een persoonlijk beschermingsmiddel. Daarom voldoet de Laevo aan de CE-eisen voor Medisch Hulpmiddel klasse I, welke strenger zijn dan de eisen voor de CE voor persoonlijke beschermingsmiddelen.

Wat is lage rugpijn? 2017-05-22T14:02:16+00:00

Bijna iedereen heeft wel een keer rugpijn gehad en weet hoe vervelend dit is. Het is niet alleen heel pijnlijk, maar ook nog eens heel beperkend, voor zowel het dagelijks leven als op het werk. Maar hoe ontstaat rugpijn nou precies en wat zijn de consequenties van rugpijn in Nederland?

Wat is lage rugpijn?

Lage rugpijn speelt zich af in het gebied tussen de onderkant van de schouderbladen en bilplooien[1] en kan worden ingedeeld in specifieke en aspecifieke lage rugpijn. Specifieke lage rugpijn heeft een directe lichamelijke oorzaak, bijvoorbeeld een hernia of wervelfractuur[2]. Voor 80-95% van de gevallen van lage rugpijn is echter geen specifieke lichamelijke oorzaak te vinden[3], dit wordt dan ook aspecifieke lage rugpijn genoemd[4].

Hoe ontstaat lage rugpijn?

Helaas is het niet mogelijk om één directe oorzaak aan te wijzen voor het ontstaan van lage rugpijn. Het lijkt erop dat er andere mechanismen betrokken zijn in verschillende gevallen. Wanneer er belasting is van de ruggenwervels, bijvoorbeeld tijdens tillen en bukken, worden deze blootgesteld aan drie verschillende soorten krachten (figuur 1): compressiekrachten, afschuifkrachten en krachten veroorzaakt door torsie[5]. Wanneer deze krachten te hoog oplopen en bepaalde grenzen overschrijden kan er schade ontstaan aan de wervels zelf en de kapsels eromheen, welke op hun beurt weer kunnen zorgen voor rugpijn.

 Zijaanzicht wervelkolom met verschillende typen krachten

Figuur 1: zijaanzicht wervelkolom met de verschillende typen krachten.

Toch ontwikkelt niet iedereen klachten wanneer deze krachten de grens overschrijden. Of rugklachten ontstaan, is afhankelijk van een aantal (persoonlijke) factoren, dit is onder andere de frequentie waarmee de ongezonde belasting voorkomt, lichaamshouding, mate waarin iemand gehydrateerd is, de genen en lichaamsbouw[6]. Daarnaast zijn er een aantal risicofactoren die de ontwikkeling van lage rugpijn kunnen beïnvloeden.

Risicofactoren

Ook al is het niet mogelijk om één directe oorzaak te noemen voor lage rugpijn, toch zijn er een aantal werkgerelateerde factoren die in verband worden gebracht met een verhoogd risico op het ontstaan van lage rugpijn, te onderscheiden in fysieke- en psychologische factoren. Onder de fysieke factoren vallen: fysiek zwaar werk, tillen, buigen, draaien, duwen en trekken en trillingen[7],[8],[9],[10]. Voor tillen is vastgesteld dat het herhaaldelijk tillen en dragen van 5kg al een risicofactor is voor rugpijn als beroepsziekte[11].

Ingezoomd op de zorg blijkt uit onderzoek dat vooral statische belasting, in tegenstelling tot dynamische belasting, veel voorkomt. Waarbij, in dit geval, statische belasting treedt op bij het langdurig aanhouden van een moeilijke houding en dynamische belasting treedt op bij het uitvoeren van een beweging, bijvoorbeeld bukken. Medewerkers die patiëntgebonden handelingen uitvoeren, nemen een kwart tot een derde van hun tijd, met zelfs uitschieters naar de helft van de tijd, een statisch belastende houding aan. Hierbij geldt dat, hoe groter de duur en de lastarm, des te groter is de belasting. De gevolgen van het langdurig aanhouden van een moeilijke houding zijn, dat spieren moeten zorgen dat de houding stabiel blijft. Deze zullen op den duur gaan verzuren, wat te voelen is als een vermoeid en zeurderig gevoel in de rug, nek en schouders. Met uiteindelijk een verhoogd risico op het ontstaan van rugklachten[25].

Naast de fysieke factoren, zijn er ook een aantal psychologische factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van lage rugpijn. De belangrijkste werkgerelateerde psychologische risicofactoren zijn ontevredenheid, monotone taken, slechte arbeidsverhoudingen en weinig sociale steun op het werk[12],[13].

Slechts 39% van mensen met lage rugklachten volledig klachtenvrij na 6-12 maanden

Het is nu deels bekend hoe lage rugklachten ontstaan, maar kom je er vanaf en hoe lang duurt dat? Binnen aspecifieke lage rugpijn kan onderscheid gemaakt worden tussen acute lage rugpijn en chronische lage rugpijn. Dit onderscheid wordt gemaakt op grond van de duur van de klachten[14]. Daarbij zal chronische lage rugpijn altijd beginnen als acute lage rugpijn. Wanneer deze acute pijn blijft terugkomen, gaat het over in chronische lage rugpijn. In de acute fase gaat men ervan uit dat 75-90% van de gevallen van rugpijn binnen vier tot zes weken herstelt[15]. Acute rugpijn is meestal niet aanhoudend en herstelt snel, echter de pijn kan fluctueren en met tussenpozen terugkeren. Een acute pijnaanval, zonder voorgeschiedenis en met volledig herstel, komt echter slechts zelden voor[16]. De meeste mensen met rugpijn hebben al eens eerder een pijnaanval gehad en velen hebben te maken met blijvende of steeds terugkerende symptomen.

Wanneer de pijn langer dan zes weken maar korter dan drie maanden aanhoudt, is er nog een tussen categorie: subacuut. Bij pijn die langer duurt dan drie maanden, is er sprake van chronische lage rugpijn. Het herstel na deze periode gaat langzaam en is onzeker. Minder dan de helft van de mensen die na zes maanden nog steeds beperkingen hebben, hervat de werkzaamheden. Na twee jaar van werkverzuim is de kans om weer aan het werk te gaan vrijwel nihil.

70% van de Nederlandse bevolking zal eens in zijn leven lage rugpijn ervaren

Lage rugpijn is een groot probleem, naast dat het lichamelijk heel vervelend is, komt het ook nog eens heel veel voor. Uit een tien jaar durend Nederlands bevolkingsonderzoek bleek dat 20% van alle mensen last had van lage rugpijn in deze periode[17]. Gekeken naar het individu bleek dat 70% van de gehele bevolking eens in zijn/haar leven lage rugpijn zal hebben. In Europa is rugpijn dan ook het meest voorkomende werkgerelateerde gezondheidsprobleem[18].

15-20% van de mensen met lage rugklachten zullen verzuimen

Lage rugpijn heeft ook impact op de werkvloer. Jaarlijks zorgen lage rugklachten voor 7,3 miljoen verzuimdagen in Nederland[19]. Uit onderzoek van Picavet et al. in 2003 onder de Nederlandse bevolking, bleek dat 24,4% van de mensen met lage rugpijn ook daadwerkelijk verzuimden[20]. Al met al zal 15-20% van de mensen met lage rugklachten enige tijd verzuimen. Tot slot blijkt uit ander onderzoek dat 1% van de werknemers in de geïndustrialiseerde landen arbeidsongeschikt raakt als gevolg van lage rugklachten[21].

Lage rugpijn kost Nederland 3,5 miljard euro

Naast een gezondheidseffect heeft lage rugpijn ook een groot sociaal economisch effect. De impact die lage rugpijn economisch heeft, kan geschat worden aan de hand van de kosten die dit met zich meebrengt[22]. De kosten in Nederland door een verlies aan arbeidsproductiviteit en ziekteverzuim lopen hoog op. In 2007 werden deze kosten geschat op 3,5 miljard euro[23].

Meer direct kost een verzuimende werknemer gemiddeld €250 per dag. Dit bedrag is een optelsom van een aantal dingen gerelateerd aan de verzuimende werknemer. Een belangrijke kostenpost is de doorlopende loonkosten. Daarnaast is er sprake van productieverlies of de kosten van vervangend personeel. Verder kost het het management tijd om een oplossing te zoeken. Al deze factoren vormen samen het bedrag van €250 [24].

Kortom, lage rugpijn is een vervelend gezondheidsprobleem en wanneer deze verminderd kan worden, scheelt dat de Nederlandse samenleving veel geld en ongemakken.

[1]Van Tulder, M. W., & Koes, B. W., (2004). Evidence-based handelen bij lage rugpijn. Houten: Bohn Staeu van Loghem.

[2]Van Tulder, M. W., & Koes, B. W., (2004). Evidence-based handelen bij lage rugpijn. Houten: Bohn Staeu van Loghem.

[3]Deyo, R. A., Rainville, J., & Kent, D. L. (1992). What can the history and physical examination tell us about low back pain?. Jama, 268(6), 760-765.

[4] Van Tulder, M. W., & Koes, B. W., (2004). Evidence-based handelen bij lage rugpijn. Houten: Bohn Stafleu van Loghem.

[5] Marras, W. S. (2000). Occupational low back disorder causation and control. Ergonomics, 43(7), 880-902.

[6] Marras, W. S. (2000). Occupational low back disorder causation and control. Ergonomics, 43(7), 880-902.

[7] Bongers, P., Hoogendoorn, L., Heuvel, S. G., Douwes, M., & Miedema, M. C. (2000). Risicofactoren voor lage rugklachten: resultaten van een longitudinaal onderzoek. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Directie Voorlichting, Bibliotheek en Documentatie.

[8] Van Tulder, M. W., & Koes, B. W., (2004). Evidence-based handelen bij lage rugpijn. Houten: Bohn Stafleu van Loghem

[9] European Agency for Safety and Health at Work [EASHW] (2007), E-fact 9 – Work-related musculoskeletal disorders (MSDs): an introduction.

[10] Sorgdrager, B. (2005). Rugklachten een beroepsziekte?. Tijdschrift Vergoeding Personenschade8(2), 54-57.

[11] Redactie www.beroepsziekten.nl (2014). Nieuwe NCvB registratierichtlijn Lumbosacraal radiculair syndroom. Geraadpleegd op 26-11-2014, van http://www.beroepsziekten.nl/content/nieuwe-ncvb-registratierichtlijn-lumbosacraal-radiculair-syndroom

[12] Bongers, P., Hoogendoorn, L., Heuvel, S. G., Douwes, M., & Miedema, M. C. (2000). Risicofactoren voor lage rugklachten: resultaten van een longitudinaal onderzoek. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Directie Voorlichting, Bibliotheek en Documentatie.

[13] Sorgdrager, B. (2005). Rugklachten een beroepsziekte?. Tijdschrift Vergoeding Personenschade8(2), 54-57.

[14] Van Tulder, M. W., & Koes, B. W., (2004). Evidence-based handelen bij lage rugpijn. Houten: Bohn Staeu van Loghem

[15] Van Tulder, M. W., & Koes, B. W., (2004). Evidence-based handelen bij lage rugpijn. Houten: Bohn Staeu van Loghem

[16] Van Tulder, M. W., & Koes, B. W., (2004). Evidence-based handelen bij lage rugpijn. Houten: Bohn Staeu van Loghem

[17] Van Oostrom, S. H., Monique Verschuren, W. M., de Vet, H. C., & Picavet, H. S. J. (2011). Ten year course of low back pain in an adult population-based cohort–The Doetinchem Cohort Study. European Journal of Pain, 15(9), 993-998.

[18] Schneider, E., Irastorza, X. B., & Copsey, S. (2010). OSH in figures: Work-related musculoskeletal disorders in the EU-Facts and figures. Office for Official Publications of the European Communities.

[19] Picavet, H.S.J. 2005, Aspecifieke lage rugklachten: Omvang en gevolgen. Centrum voor Preventie-en Zorgonderzoek.

[20] Picavet, H. S. J., & Schouten, J. S. A. G. (2003). Musculoskeletal pain in the Netherlands: prevalences, consequences and risk groups, the DMC3-study. Pain102(1), 167-178.

[21] Fast, A. (1991). Conservatieve behandeling van lage-rugklachten. Stimulus, 10(1), 1-9.

[22] Lambeek, L. C., van Tulder, M. W., Swinkels, I. C., Koppes, L. L., Anema, J. R., & van Mechelen, W. (2011). The trend in total cost of back pain in The Netherlands in the period 2002 to 2007. Spine, 36(13), 1050-1058.

[23] Lambeek, L. C., van Tulder, M. W., Swinkels, I. C., Koppes, L. L., Anema, J. R., & van Mechelen, W. (2011). The trend in total cost of back pain in The Netherlands in the period 2002 to 2007. Spine, 36(13), 1050-1058.

[24] Pijpers, R. (2012). Terugdringen van kort verzuim. Geraadpleegd op 11-12-2014, van http://www.arbo-online.nl/artikelen/terugdringen-van-kort-verzuim.142590.lynkx?thema=Gezondheidsmanagement

[25]Knibbe, J., Knibbe, N., & Geuze, L. (2011).Beter! Werkpakket aanpak fysieke belasting ziekenhuizen en revalidatiecentra. Stichting Arbeidsmarkt Ziekenhuizen (STAZ), Betermetarbo.nl

Hoe kijkt ARBO-inspectie naar de Laevo en wat is de plek in de arbeidshygiënische strategie? 2017-05-22T14:02:17+00:00

Laevo staat in goede verbinding met Inspectie SZW. Inspectie zorgt ervoor dat (Arbo)-wetgeving wordt nageleefd. De inhoud van dit artikel is dan ook afgestemd met de inspectie.

Risico-inventarisatie en -beheersmaatregelen

Bij het beoordelen van de arbeidssituatie begint Inspectie bij het bekijken van de RI&E (risico-inventarisatie en –evaluatie). Daarin wordt onder andere aangegeven welk werk door blootstelling aan fysieke belasting leidt tot een verhoogd risico op rugletsel. Vervolgens wordt in kaart gebracht hoe deze risico’s’ verzwakt worden volgens de arbeidshygiënische strategie. Daarbij worden beheersmaatregelen genomen in volgorde van onderstaand stappenplan:

  1. Bronaanpak: Werkgevers moeten ALTIJD eerst gevaren voorkomen of de oorzaak van het probleem wegnemen. In de praktijk betekent dit: datgene wat de belasting geeft, niet meer doen. Bijvoorbeeld door te automatiseren totdat er GEEN HANDEN meer nodig zijn die de last vast hoeven te pakken. Er hoeft dan dus niet meer getild te worden.Dit is echter niet altijd mogelijk, bijvoorbeeld omdat er geen praktisch toepasbare technische oplossingen bekend zijn, of omdat de benodigde investeringen niet meer redelijk zijn voor de onderneming (redelijkerwijs-principe).
  2. Collectieve aanpak / Technische maatregelen: Als de bronmaateregelen niet mogelijk zijn, moet de werkgever collectieve maatregelen nemen om risico’s te verminderen. De collectieve maatregel is voor iedereen bruikbaar. Bijvoorbeeld het plaatsen van afscherming.In geval van tillen kan een werkplekaanpassing een collectieve aanpassing zijn. Bijvoorbeeld wanneer er niet meer vanaf de grond getild hoeft te worden, maar vanaf een hoogte van 1 meter.
  3. Individuele aanpak / Organisatorische maatregelen: Als een collectieve maatregel niet mogelijk is of geen afdoende oplossing biedt, moet de werkgever individuele maatregelen nemen. Er kan bijvoorbeeld taakroulatie worden toegepast om werknemers minder risico te laten lopen en fysieke belasting te verminderen.
  4. Persoonlijke beschermingsmiddelen: Als laatste mogelijkheid kan de werkgever gratis persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) verstrekken. Vaak worden deze PBM’s gezien als een tijdelijke noodoplossing. De Arbo-wetgeving eist, dat aantoonbaar gezocht blijft worden naar een oplossing zonder PBM’s. Een voorbeeld van een PBM is gehoorbescherming: het geluid is hetzelfde, maar de persoon wordt ertegen beschermd.

Lees meer op de volgende sites:

De Laevo als beheersmaatregel

In samenspraak met Inspectie is er een visie ontwikkeld hoe de Laevo – en exoskeletten in het algemeen – geplaatst kunnen worden in de arbeidshygiënische strategie. Dit is voor Inspectie nog geen dagelijkse kost: exoskeletten haken in op iedere stap in de strategie en kunnen op allerlei manieren beschouwd worden: als persoonlijk beschermingsmiddel, medisch hulpmiddel, machine, et cetera.

De werkgever zal per situatie in staat moeten zijn te onderbouwen welke plek de Laevo krijgt in de lijst van gekozen maatregelen met betrekking tot de vermindering van de fysieke belasting. Wat altijd geldt, is dat de maatregelen op de verschillende niveaus nadrukkelijk een hiërarchische volgorde hebben. De werkgever moet dus eerst de mogelijkheden op hoger niveau onderzoeken, voordat besloten wordt tot maatregelen uit een lager niveau. Het is alleen toegestaan een niveau te verlagen als daar goede redenen voor zijn. Bijvoorbeeld technische, uitvoerende of economische redenen. Dit is het redelijkerwijsprincipe. Die afweging geldt voor elk niveau opnieuw. Ondanks dat dit verschilt per situatie, zijn er wel duidelijke aanwijzingen:

  • Het is in ieder geval een lagere rang oplossing dan een bronaanpak. Immers de belasting wordt niet geheel weggenomen.
  • Het is in ieder geval meer een individuele, dan een collectieve oplossing. Immers voor iedereen op maat.
  • Het is in ieder geval een hogere rang oplossing dan een persoonlijk beschermingsmiddel (PBM). Een PBM beoogt de belastbaarheid te verhogen. EMG-onderzoek bewijst dat de belasting van de lage rug bij gebruik van de Laevo echt minder wordt (verschil tussen belasting en belastbaarheid).
  • Het is in ieder geval een hogere rang oplossing dan bijvoorbeeld voorlichting en onderricht. Immers met voorlichting en onderricht probeer je de belastbaarheid te verhogen.

De Laevo is dus een technische maatregel op het individu (immers voor de persoon), die de blootstelling aan fysieke belasting vermindert. De technische maatregel bevindt zich in de arbeidshygiënische strategie onder de bronaanpak, maar boven persoonlijke beschermingsmiddelen.

Wanneer de Laevo het beste kan worden toegepast

Bovenstaande in acht genomen, kan volgens de inspectie de Laevo het beste worden toegepast:

  • Wanneer er redelijkerwijs geen bronmaatregelen mogelijk zijn.
  • Wanneer er na het nemen van bronmaatregelen nog restrisico’s overblijven die de Laevo vermindert.
  • Wanneer de Laevo wordt ingezet om ‘boven wetmatige’ fysieke belasting verder terug te dringen.
Hoe werkt de rug? 2017-05-22T14:02:17+00:00

De rug: de stille partner in al je fysieke handelingen, maar je grootste vijand wanneer hij pijn doet. Weet jij hoe je rug in elkaar zit en wat hij allemaal kan?

Het belangrijkste onderdeel van je rug is de wervelkolom. De wervelkolom verbindt de schedel met het bekken en bestaat uit 24 losse, blokvormige segmenten: de wervels. Daarnaast zijn er nog negen extra wervels die met elkaar gefuseerd zijn en samen het onderste gedeelte van de wervelkolom vormen, genaamd sacrum (heiligbeen) en staartbeen (‘stuitje’). Elke wervel heeft uitstekende gedeeltes voor aanhechting van spieren (zie figuur 1). Deze spieren zijn belangrijk voor de beweegbaarheid van de wervelkolom.

Figuur 1. Een achter/zij aanzicht van een deel van de wervelkolom. Met hierin de Processus Transversus en Processus Spinosus aangegeven. Deze vormen de basis voor de aanhechting van spieren.

De wervelkolom heeft twee belangrijke functies. De eerste functie is het dragen van (het gewicht van) het hoofd, de romp en de armen. De tweede functie is het beschermen van het ruggenmerg en zenuwen die vanuit het ruggenmerg ontspringen. Deze bescherming volgt uit de opbouw van de wervels. Elke wervel bestaat uit twee grote delen, namelijk het wervellichaam (voorzijde) en de wervelboog (achterzijde). In het midden van de wervels zit een gat, waar het ruggenmerg doorheen loopt. Op deze manier wordt het ruggenmerg beschermd tegen letsel.

Figuur 2. Zij-, voor- en achteraanzicht van de wervelkolom.

Opbouw van de wervelkolom zorgt voor stabiliteit van de rug
De wervelkolom is opgedeeld in drie natuurlijk gebogen delen. De nek bestaat uit zeven wervels, genaamd de cervicale wervels, welke een naar voren gerichte kromming hebben. Het rompgedeelte bestaat uit twaalf wervels, genaamd de thoracale wervels, aan welke de ribben hechten. De kromming van de thoracale wervels is achterwaarts gericht. De lage rug bestaat uit vijf wervels, genaamd de lumbale wervels. De kromming van de lumbale wervels is evenals de cervicale wervels naar voren gericht (zie figuur 2). De krommingen, wanneer deze goed uitgelijnd zijn, zorgen ervoor dat het lichaam in balans is en blijft. Doordat het gewicht van het lichaam op deze manier goed verdeeld wordt over de wervels, wordt deze minder gevoelig voor belasting en blessures.


Aan de achterkant van de wervel bevindt zich, zowel boven als onder, een uitsteeksel (zie figuur 1). Deze uitsteeksels verbinden aangrenzende wervels met elkaar en worden in verbinding een facetgewricht genoemd. Deze gewrichten zorgen voor beweging tussen de wervels en voor beweging van de gehele wervelkolom als eenheid. Naast deze uitsteeksels, heeft elke wervel bovendien een aantal andere uitsteeksels waar ligamenten en spieren aan kunnen hechten, om de rug zowel stabiel als beweegbaar te maken. Deze uitsteeksels zijn te vinden aan zowel de linker als rechter zijde van de wervel, genaamd Processus Transversus en aan de achterkant, genaamd Processus Spinosus (zie figuur 1).

De wervels zijn verder met elkaar verbonden door middel van een schijf tussen twee aangrenzende wervels, genaamd tussenwervelschijf. Deze schijven bestaan uit een ring van vezelig kraakbeen (annulus fibrosis), met binnenin een gelei achtige kern: de nucleus pulposus. Ongeveer 85% van de schijf bestaat uit water, wat de schijf heel elastisch maakt. Een tussenwervelschijf vormt samen met de boven- en onderliggende wervel een gewricht en maken beweging van de rug mogelijk.

Naast de wervelkolom bestaat de rug ook uit een aantal verzamelingen van ligamenten (elastische banden). Deze zijn belangrijk voor de stabiliteit van de wervelkolom. Tenslotte vormen de spieren en pezen een ondersteunend systeem voor de wervelkolom (zie figuur 3)[i].

Figuur 3. Belangrijkste rugspieren

Opbouw van de wervelkolom maakt zes verschillende hoofdbewegingen mogelijk
In totaal zijn voor de wervelkolom zes hoofdbewegingen te onderscheiden (zie figuur 4): (ante)flexie (voorwaarts bewegen), retroflexie/extensie (achterwaarts bewegen), lateroflexie (zijwaarts bewegen) en rotatie (draaiing)[i].

Figuur 4 a, b & c. Hoofdbewegingen van de wervelkolom.
a: (ante)flexie en retroflexie/extensie.
b: lateroflexie.
c: rotatie.

Bronnen:

[i] Slowik, G. (2012). Understanding how the back works. Geraadpleegd op 28-10-2014 van http://ehealthmd.com/content/understanding-how-back-works

[i] Standring, S., Ellis, H., Healy, J. C., Jhonson, D., Williams, A., & Collins, P. (2005). Gray’s anatomy: the anatomical basis of clinical practice. American Journal of Neuroradiology, 26(10), 2703.

Waar komt de naam Laevo vandaan? 2017-05-22T14:02:18+00:00

Laevo (wordt uitgesproken als: Lévo) komt van Latijnse woord ‘Levo’/Levare wat verlichten, zweven en verminderen betekent. Toepasselijk voor de Laevo!

Mag ik meer tillen als ik een Laevo draag? 2016-06-06T16:02:40+00:00

Ja en nee. Er is grote kans dat je de Laevo draagt omdat het werk dat je doet eigenlijk veel te belastend is (ROOD). Dit betekent dat je er bij gebaat bent de belasting op de rug te verminderen. Meer tillen helpt dan niet en kan zelfs de situatie verslechteren. Het standaardadvies is dus om niet meer te gaan tillen.

Kijk je echter naar de invloed van de Laevo op de rugwerveldruk, dan kan de norm van 23kg (bij de meest gunstige tilomstandigheden) naar 31kg. Dit betekent in ieder geval dat in situaties waar zwaardere gewichten reeds (sporadisch of af-en-toe) worden geaccepteerd, de werksituatie verbetert.

 

Kan ik zitten met de Laevo? 2016-05-16T12:23:31+00:00

Met de Laevo kan je niet zitten. Het mag wel voor korte perioden, maar de meeste mensen vinden de druk op de borst dan onprettig.

Een Laevo is wel goed geschikt in combinatie met een stakruk.

Worden mijn spieren slap door het werken met de Laevo? Hoeveel helpt de Laevo? 2017-05-22T14:02:18+00:00

Beweging en belasting is gezond! En dat geldt ook voor je rug. Sporten, hockeyen, af en toe schoffelen, etc is super.

Echter, veel mensen krijgen rugklachten door werk. Dit zijn vooral mensen die te veel of te weinig beweging krijgen. Voor mensen die TE WEINIG bewegen (zoals veelzitters op kantoor) is de Laevo niet gemaakt.

De Laevo is voor mensen die TEVEEL rugbelasting krijgen. Mensen die jaar-in-jaar uit zwaar werk doen of die plotseling een hoge rugbelasting krijgen. Door het werk wordt het spier-skelet-systeem vermoeid, zonder de kans te krijgen goed te herstellen. Het gevolg is (kans op) schade en pijn. De Laevo neemt dan ongeveer 40-50% van de rugbelasting weg bij bewegingen zonder gewicht (ongeveer 30% bij 10kg).

In plaats van overbelast wordt de rug dan gezond(er) belast. OF met de Laevo de werkzaamheden van veel te zwaar (ROOD) naar gezond (GROEN) gaan is afhankelijk van de werksituatie. Een ding is zeker: de Laevo helpt flink! Er is een tweede reden waarom de rugspieren niet slap worden. De Laevo ondersteunt de grote spieren die ervoor zorgen dat je niet voorover valt. Maar de stabiliserende spieren, die je wervelkolom rechthouden, worden niet ondersteund. De rugstabiliteit blijft dus getraind en juist die is zo belangrijk om (risico op) klachten te verminderen.

De Laevo drukt continu, ook wanneer ik rechtop sta 2016-06-01T10:06:58+00:00

Bij het rechtop staan moet de Laevo losliggenvan de borst, aanliggen of een zeer lichte druk uitoefenen op de borst. Ervaar je de druk op de borst, tijdens rechtop staan, als te hoog dan is de Laevo niet optimaal afgesteld. Neem in dit geval contact op met Laevo.

Mijn Laevo zakt af tijdens mijn werkzaamheden 2017-02-06T21:56:19+00:00

V2.2

Dit komt waarschijnlijk omdat de bretels niet goed vast zitten. Soms worden door kreukels en ribbels zoals broekzakken en riemen de Laevo elke keer een stukje naar beneden getrokken. Doe de bretels op de goede hoogte en zet ze extra goed vast, bijvoorbeeld met een veiligheidsspeld.

V2.3

Je kunt de buikriem aansnoeren of de bretels korter maken om het probleem op te lossen.